Ne bis in idem fiscalibus

Entree van in idem-beginsel in het fiscale strafrecht ?

De fiscale rechtspraak heeft zich de laatste jaren steeds meer naar het strafrecht begeven, getuige het enkele feit dat de straffen steeds meer gekoppeld zijn aan de straffen zoals deze in het strafrecht gehanteerd worden. Daarnaast heeft de huidige (demissionaire) staatssecretaris van Financiën zijn naam alle eer aangedaan en als het ware een heksenjacht geopend op de belastingplichtigen met geld op buitenlandse bankrekeningen, waarbij hij ook nog eens verschillende maten van bestraffing hanteerde, afhankelijk van de mate van medewerking van de desbetreffende belastingplichtige.

Ne bis in idem fiscalibus

Letterlijk: niet tweemaal voor hetzelfde - Latijnse term in het strafrecht voor het beginsel dat iemand niet twee keer voor hetzelfde feit kan terechtstaan en mag worden gestraft. Behandeling in hoger beroep betekent niet dat iemand voor de tweede keer 'terecht staat.

Bron : http://www.rechtspraak.nl

Consequenties

Door deze verschuiving naar het strafrecht betekent dit ook dat het hierboven weergegeven 'Ne bis in idem-beginsel' ook zijn entree in dit vakgebied zal doen, dat dit beginsel in het fiscale strafrecht erg nauw luistert blijkt uit de navolgende casus :

Oplegging twee verzuimboetes over hetzelfde tijdvak vormt geen dubbele bestraffing

Hoge Raad, 07/10043, 17 september 2010

Omdat belanghebbende de in haar OB-aangifte over het eerste kwartaal van 2004 berekende OB van € 399.160 niet heeft voldaan, heeft de inspecteur nageheven met een verzuimboete van € 1.134. Vervolgens bleek dat belanghebbende over het eerste kwartaal 2004 te weinig OB had aangegeven en betaald. Daarom heeft de inspecteur nog een naheffingsaanslag opgelegd met wederom een verzuimboete van – ditmaal – € 4.537. De rechtbank oordeelde dat te dezen twee verzuimboetes mogen worden opgelegd, maar dat in totaal niet meer dan het in art. 67c AWR genoemde maximum van € 4.537 mag worden opgelegd. Daarom verminderde de rechtbank de tweede boete tot € 3.403. Hof Arnhem (NTFR 2007/1078) oordeelde dat het ‘ne bis in idem-beginsel' is geschonden en vernietigde de tweede verzuimboete. Deze beslissing houdt in cassatie echter geen stand. De Hoge Raad stelt voorop dat bij de beoordeling van de vraag of sprake is van herhaalde beboeting wegens hetzelfde feit het aankomt op de omschrijving van de beboetbare gedraging waarvoor de eerste boete is opgelegd. Hier is de eerste verzuimboete opgelegd wegens het niet betalen van de OB die volgens de aangifte voldaan diende te worden. De tweede verzuimboete is opgelegd in verband met het feit dat belanghebbende te weinig belasting heeft aangegeven en betaald. Dat is een andere gedraging van belanghebbende dan die ten grondslag lag aan de eerste verzuimboete. Wel is de Hoge Raad met de rechtbank van oordeel dat in totaal maximaal het wettelijke maximum van art. 67c AWR – te weten € 4.537 – kan worden opgelegd. De beslissing van de rechtbank is dus juist, maar ambtshalve vermindert de Hoge Raad de tweede verzuimboete tot € 3.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. (Cassatieberoep gegrond.)

Conclusie

Het feit dat je voor dezelfde aangifte tweemaal bestraft kunt worden, vloeit voort uit het feit dat er twee verschillende strafbare handelingen zijn te onderscheiden : 1. het niet betalen van de belasting en 2. te weinig belasting aangegeven en afgedragen. Een schrale troost mag dan zijn dat de maximale boetes niet bij elkaar opgeteld zijn geworden, maar uiteindelijk alleen de hoogste boete is opgelegd. Daarom is het opletten geblazen bij het doen van een aangifte, waarbij tevens een afdracht aan verbonden is (te weten : de omzet- en loonbelasting).