Als een bedrijf winst maakt, dient het bedrijf belasting betalen. Deze belasting heet de VPB, ook wel de Vennootschapsbelasting.
Hoeveel VPB een bedrijf moet afdragen hangt van meerdere factoren af. Hierbij is ook van belang in welk land een bedrijf belastingplichtig is.
De VPB wordt geheven over de winst van bepaalde ondernemingen. Voorbeelden van deze ondernemingen zijn:
Hieronder kunt u informatie vinden over hoe de VPB (Vennootschapsbelasting) in Nederland geregeld is.
Voor natuurlijke personen is er de aangifte inkomstenbelasting. De VPB is er voor bedrijven en organisaties, die door de belastingdienst ook wel ‘lichamen’ worden genoemd.

Hoe moet u een belasting aangifte doen?
Lichamen betalen VPB over de belastbare winst in een bepaald jaar met een vermindering van de aftrekbare verliezen. Enkele voorbeelden van ‘lichamen’ zijn:
De wet op de vennootschapsbelasting 1969 (kortweg Wet VPB 1969) regelt de belasting met betrekking tot het ‘inkomen’ van in Nederland gevestigde (en ook in sommige gevallen niet in Nederland gevestigde) ‘lichamen’. Deze VPB wordt geheven door de Nederlandse Rijksoverheid. Het tarief is bepaald in drie schijven (20%, 23,5% en 25,5%).
Natuurlijke personen vallen niet onder de Wet VPB 1969, maar onder de Wet Inkomstenbelasting 2001. De wet VPB is dan ook een soort inkomensbelasting voor rechtspersonen.
In sommige gevallen moeten ook stichtingen en verenigingen aangifte VPB doen. Indien zij een onderneming drijven is een VPB aangifte verplicht.
Lichamen die gevestigd zijn in Nederland zijn binnenlandse VPB belastingplichtigen. Lichamen die in het buitenland gevestigd zijn, maar inkomen uit Nederland krijgen, zijn buitenlandse VPB belastingplichtigen.
Er zijn meerdere factoren die bepalen of een onderneming voor de belasting in Nederland gevestigd is, namelijk:
Lichamen die opgericht zijn naar Nederlands recht, worden volgens ‘de Wet VPB’ geacht in Nederland te zijn gevestigd.