Wat zijn aardse planeten

Inleiding

Aardse planeten worden ook wel terrestrische planeten genoemd. Het zijn vaak planeten waarvan het oppervlak bestaat uit vaste stoffen. De volgende (dwerg)planeten behoren tot de categorie aardse planeten: Mercurius, Venus, Aarde en Mars, de dwergplaneten Pluto, Ceres, Eris, de Maan en andere manen. De dwergplaneten worden soms wel, maar soms ook weer niet tot aardse planeten gerekend. Het woord terrestrische planeet komt uit het Latijn, het is afgeleid van het woord terra (aarde, grond, land). Januari 2006 werd een nieuwe aardse planeet ontdekt, OGLE-2005-BLG-390Lb, deze aardse planeet bevindt zich niet binnen ons zonnestelsel, maar daarbuiten. Erg zware aardse planeten, die 5 keer de massa hebben van de aarde, heten ook wel superaardes. Doordat aardse planeten dicht bij de zon stonden bij hun ontstaan verdampten de losse stoffen grotendeels en bleef er een vooral steenachtig oppervlak over. Ze hebben binnenin vooral gesmolten metaal en steen. De meesten kunnen een erg dunne atmosfeer hebben. Hoewel ze aardse planeten worden genoemd, zijn ze niet allemaal geschikt om op te leven.

Eigenschappen

Terrestrische planeten lijken allemaal een beetje op elkaar, ze hebben allemaal iets weg van elkaar. Zo hebben de aardse planeten altijd een kern van gesmolten metaal, meestal ijzer, met een mantel. Ook bestaat de kern nog wel eens uit gesmolten gesteente. De Maan lijkt ook erg veel op een terrestrische 'planeet', maar heeft geen metalen kern. Een andere eigenschap van aardse planeten is dat ze allemaal vulkanen, kraters, bergen en ravijnen hebben. Ze hebben vaak ook nog een secundaire atmosfeer. Een secundaire atmosfeer is een atmosfeer die is gevormd door vulkanen en door inslagen van kometen. Een primaire atmosfeer, zoals die bij gasreuzen, is een atmosfeer gevormd door de zon.

In ons zonnestelsel

Ons eigen zonnestelsel, het zonnestelsel waar wij in leven, heeft vier verschillende terrestrische planeten: Mercurius, Venus, Aarde en Mars en een dwergplaneet die men eigenlijk ook wel bij de terrestrische planeten zou kunnen rekenen: Ceres. Andere dwergplaneten zoals Pluto lijken ook bij de terrestrische planeten te horen, dit omdat dezen ook een vaste korst hebben. Echter is Pluto samengesteld uit meer ijzige materialen, Pluto is dan ook wel een ijsdwerg. Toen ons zonnestelsel werd gevormd werden er waarschijnlijk meer terrestrische planeten gevormd, echter zijn dezen samengegaan of ze zijn vernietigd door, bijvoorbeeld, inslagen of door botsingen. De maan Maan en twee manen van Jupiter: Io en Europa, zouden als terrestrische werelden gezien kunnen worden. Ze worden terrestrische werelden genoemd, omdat het eigenlijk geen echte planeten zijn, dus kunnen ze ook geen terrestrische planeet genoemd worden. Een maan zoals deze wordt ook wel een planemos genoemd. Europa en Io zijn voor het grootste deel gevormd uit gesteente, echter liggen ze wel achter de sneeuwlijn. De sneeuwlijn is een soort 'lijn' in ons zonnestelsel waarachter alle planeten, of bijna alle planeten vooral ijzige planeten zijn of gasreuzen. Voor deze lijn komt meer warmte van de zon en zijn er meer aardse planeten. Achter de lijn komt dus minder tot geen warmte van de zon en is alles kouder.

Buiten ons zonnestelsel

Een groot deel van de planeten die tot nu toe zijn ontdekt buiten ons zonnestelsel zijn gasreuzen. Waarschijnlijk zijn het vooral gasreuzen, omdat dezen vaak groter zijn en daarom makkelijker te zien zijn van een grote afstand. Toch zijn er een paar planeten gevonden, die zich buiten ons zonnestelsel bevinden en die kunnen worden gezien als terrestrische planeten.