Wie is Al Green

Inleiding

Al Green is ongetwijfeld een van de grootste soulzangers aller tijden. Evenals zovele van zijn tijdgenoten heeft hij altijd geworsteld met de tegenstrijdigheid tussen zijn diep religieuze overtuiging en de geneugten van een meer werelds bestaan. Deze contradictie drukt een zwaar stempel op zijn gehele loopbaan. Pas in de nieuwe eeuw is volgens eigen zeggen zijn innerlijke conflict wat meer in balans.

Verlokkingen

Reeds op negenjarige leeftijd begint de op 13 april, 1946 geboren Al Green met zingen. De familie Green woont dan in Jacknash, een rustiek gehucht in Kansas. Zijn vader Robert, diens vrouw Cora en hun tien spruiten zijn graag geziene gasten in de twee kerkjes die het plaatsje rijk is. Bijbel- en gospellessen zijn dagelijkse kost. Robert verdient de andere kost als deelpachter met het verbouwen van katoen, maïs en sojabonen. Het werk is hard en de inkomst schamel. In een impulsieve opwelling besluit hij, het uitzichtsloze gezwoeg op de plantage beu, van de ene dag op de andere met zijn familie te verkassen naar Grand Rapids, Michigan. De relatief grote industriestad maakt een diepe indruk op adolescent Al, maar stelt hem in tegenstelling tot zijn vorige woonplaats ook bloot aan niet kerkelijke verlokkingen.

Pickup

In Grand Rapids herformeert pa Green de al in Jacknash ontstane familiegroep The Green Brothers, die bestond uit Al en zijn broers Rob, Walter en William. Het gospelkwartet is redelijk succesvol en treedt op tot in Canada toe. Al voelt zich echter steeds meer aangetrokken tot wereldse genre's als rhyhtm & blues en rock & roll. In huize Green wordt seculiere muziek echter gezien als het werk van de duivel. Stiekem luistert Al naar plaatjes van Jackie Wilson, Sam Cooke en Little Richard. Als zijn vader hem een keer daarop betrapt ontsteekt hij in een gigantische woede, gooit Al's pickup en zijn plaatjes aan gruzelementen en schopt zijn zoon vervolgens de straat op. Verdreven uit zijn ouderlijk huis zal Al Green vanaf dan in zijn eigen onderhoud moeten voorzien.

Willie Mitchell

Tijdens een optreden leert Al Willie Mitchell kennen. Die ontmoeting luidt een cruciale kentering in van zijn loopbaan. De producer, bandleider en trompettist is vive-president bij Hi Records. Hij haalt Green over om te verhuizen naar Memphis en neemt hem onder zijn hoede. Hoewel het door Mitchell geproduceerde album Green Is Blues uit grotendeels uptempo materiaal bestaan en geen hits bevat vormt het wel de opmaat voor Green's beste werk veelal opgenomen met de Hi-ritme sectie en de Memphis Horns die ook regelmatig Aretha Franklin begeleiden. Het nummer Tired Of Being Alone wordt zijn eerste hitsingle en er zullen nog zeven toptien noteringen volgen waaronder de titelnummers van de platen Let's Stay Together en I'm Still In Love With You.

Labiel

Eind 1974 is Al Green in goede doen en leeft het leven van een popster. Het succes is hem lichtelijk naar het hoofd gestegen. Hij bezit een gigantisch huis met eenentwintig kamers omgeven door een flinke lap grond. Vrouwen, champagne, drugs en feestjes zijn aan de orde van de dag. Tijdens een optreden in een New Yorkse gevangenis leert hij ene Mary Woodson kennen. Vrienden waarschuwen hem voor het labiele karakter van deze dubieuze dame, maar Green slaat hun goede raad in de wind. Dat had hij beter niet kunnen doen. Als hij op een dag in de badkamer zijn tanden staat te poetsen overgiet ze hem met een bak kokende griesmeelpudding. Vervolgens vlucht ze naar de slaapkamer en berooft zich met een pistoolschot van het leven. Green loopt ernstige tweedegraads brandwonden op. Hij interpreteert deze traumatische gebeurtenis als een teken van God en bekeert zich andermaal tot het Chtristendom.

Kerk

Green's loopbaan is tanende en er volgen nog meer tegenslagen. In 1975 wordt zijn vriend Al Jackson Jr., drummer van de onvolprezen Booker T & The MG's, vermoord. Ondertussen krijgt hij hooglopende ruzie met Mitchell en wordt hun samenwerking verbroken. Niet lang daarna dondert Green tijdens een optreden van het podium zodat hij weer in het ziekenhuis belandt. Ondertussen heeft hij bij wijze van boetedoening de Full Gospel Tabernacle Church gekocht die op een steenworp afstand van Graceland ligt. Hij wordt de vaste voorganger van die kerk. Tot op heden is hij er, mits niet op tournee, met grote regelmaat op de kansel te vinden en kan publiek van buiten de congregatie de spraakmakende gospelmissen tegen betaling bijwonen.

Everything's OK

I Can't Stop en het daaropvolgende Everything's OK kwamen voor het eerst sinds 1976 weer tot stand met Willie Mitchell. De oude kemphanen hebben hun ruzie weer bijgelegd. Ofschoon de magie van de vroegere Hi-platen ontbreekt worden beide albums goed ontvangen. Green heeft niets te klagen. Zijn oude platen verkopen nog steeds goed en tijdens optredens over de hele wereld zijn de zalen steevast uitverkocht. Toch doet de dominee het de laatste jaren wat kalmer aan zoals hij een tijdje geleden tijdens een interview voor BBC televisie zei. 'We spelen hooguit nog een keer of vijftig per jaar en dan heb ik ook nog eens thuis mijn parochie te onderhouden. Ik ben inmiddels de zestig gepasseerd dus ik moet het een beetje kalm aan doen. Geen drugs meer en geen andere gekke dingern. Het is de bedoeling dat Al Green nog heel wat jaartjes meegaat.'

Discografie

  • Back Up Train (1968)
  • Get's Next To You (1971)
  • Let´s Stay Together (1972)
  • I´m Still In Love With You (1972)
  • Al Green Is Blues (1972)
  • Call Me (1973)
  • Livin' For You ( 1973)
  • Explores Your Mind (1974)
  • Al Green Is Love ( 1975)
  • Full Of Fire ((1976)
  • Have A Good Time (1976)
  • The Belle Album (1977)
  • Thruth 'N' Time (1978)
  • Tokyo... Live (1981)
  • The Lord Will Make A Way (1981)
  • Higher Plane (1982)
  • Precious Lord (1982)
  • I'll Rise Again (1983)
  • Trust In God (1984)
  • He Is The Light (1985)
  • Soul Survivor (1987)
  • I Get Joy (1989)
  • One In A Million (1991)
  • Don't Look Back (1993)
  • I Can't Stop (2003)
  • Everything's OK (2005)
  • Lay It Down (2008)

Links