Koolhydraten zijn ze onze vriend of onze vijand

Koolhydraten vriend of vijand

35860.jpegOp het gebied van sportvoeding, zijn er weinig voedingsstoffen zo controversieel als koolhydraten. In het verleden was het elke vorm van vet dat moest vermeden worden want ze werden als schadelijk beschouwd. Maar vandaag zijn het de koolhydraten die zijn uitgeroepen tot vijand. Voor velen is het een dogma geworden om zo weinig mogelijk tot geen koolhydraten meer te eten. Nog anderen eten dan alleen maar bepaalde soorten van koolhydraten. Net zoals met vetten echter moeten we er eens bij stil staan dat niet alle koolhydraten slecht zijn. Als fitnesser is het belangrijk om te begrijpen wat koolhydraten zijn, waar ze uit bestaan en welke invloed ze hebben op het lichaam. Alleen degenen die de basis grondbeginselen over koolhydraten kennen en begrijpen, kunnen beslissen welke soorten en in welke hoeveelheden koolhydraten te eten.

Wat zijn koolhydraten en wat zijn hun bouwstenen

In wezen, koolhydraten bestaan altijd uit individuele suikermoleculen (monosacchariden). Dit zijn organische verbindingen gecreëerd door kooldioxide met water onder invloed van zonlicht in het proces van fotosynthese. Deze suikermoleculen zijn de eenvoudigste en meest elementaire vorm van koolhydraten. Tegelijkertijd vormen zij de basis voor alle andere koolhydraten, die bestaan uit meerdere suikermoleculen van dezelfde of van verschillende aard. Afhankelijk van het aantal suikermoleculen die banden met elkaar vormen zijn koolhydraten zogenaamd enkelvoudig of tweevoudig (disaccharide), met meervoudige suikers (oligo- of polysachariden). In begrijpbare taal maken we dan het onderscheid tussen éénvoudige en complexe koolhydraten. Zoals bij vetten, monosacchariden bestaan in hun basisstructuur van een koolstofketen waaraan waterstof en zuurstofatomen zijn verbonden, zijn koolhydraten hoofdzakelijk bedoeld voor energieopslag en productie. De bekendste monosacchariden zijn glucose (ook wel dextrose), fructose (vruchtensuiker) en galactose. 17,2 kJ (4,1 kcal) per gram, de energie inhoud van koolhydraten is echter meer dan 50 procent lager dan die van vetten en is qua energie inhoud gelijk aan dat van eiwitten.

Wat gebeurt er met koolhydraten in ons lichaam

Het lichaam metaboliseert koolhydraten in pure energie. Om dit te bereiken blijft het lichaam koolhydraten splitsen of omzetten tot ze in glucose veranderen, dat is de meest gemakkelijk bruikbare energiebron voor het lichaam. Glucose wordt opgenomen via de darmwand en afgeleverd in de bloedstroom, waar het wordt vervoerd naar de cellen, die het op hun beurt gebruiken voor het opwekken van energie. De hoofdgebruiker van deze energie zijn de hersenen, die gebruiken ongeveer de helft van de glucosespiegel inname. De andere helft wordt gebruikt door de nieren en rode bloedcellen. De spieren helpen zichzelf met deze eenvoudige energiebron indien deze beschikbaar is. Om de tijd tussen maaltijden door of tijdens de slaap te overbruggen, maar ook tijdens periodes van stress en fysieke activiteiten slaat ons lichaam glucose op in de vorm van glycogeen. Het glycogeen wordt opgeslagen in de lever, de nieren en de spieren. Glycogeen bestaat uit lange ketens van glucose bouwstenen die snel kunnen worden gebruikt als ons lichaam het nodig heeft. Het lichaam zelf heeft een beperkte opslag van glycogeen. Overschotten van glycogeen worden daarom omgezet in lichaamsvet, want we kunnen in theorie onbeperkt vet opslaan en indien nodig vind ons lichaam wel nieuwe locaties.

Waarom zijn koolhydraten zo controversieel

Het lichaam houdt altijd een bepaalde hoeveelheid glucose in het bloed vast, ook wel bekend als de bloedsuikerspiegel. Als er te weinig glucose in het bloed zit, kan men een gevoel hebben van zwakte, vermoeidheid, honger en zelfs concentratieproblemen krijgen. Maar een te hoge bloedsuikerspiegel doet de rode bloedcellen agglutineren, ze kleven dan als het ware aan elkaar. De bloedsuikerspiegel stijgt snel met de inname van enkelvoudige koolhydraten, omdat dit koolhydraten zijn die onmiddellijk in de bloedbaan worden opgenomen. Ons lichaam reageert bijna in paniek door het ineens stijgen van de bloedsuikerspiegel.

Dit heeft twee nadelen

  1. De bloedsuikerspiegel zal vervolgens zeer snel dalen tot een zeer laag niveau, zodat we honger krijgen ook al is er genoeg energie beschikbaar.
  2. De cellen zijn snel verzadigd, het teveel aan insuline in het bloed wordt niet gebruikt door het lichaam en wordt opgeslagen door de lever die het op zijn beurt omzet in vet. 

Hoe complexer het soort koolhydraten die het lichaam opneemt, hoe langer het duurt om deze koolhydraten af te breken in het lichaam. Bijgevolg is er een constante energievoorziening in het lichaam. waardoor de bloedsuikerspiegel constant omhoog en omlaag gaat. Sommige koolhydraten zijn zo complex dat het lichaam ze niet kan afbreken. Daardoor zijn ze niet gemetaboliseerd. Ze zijn algemeen bekend als voedingsvezels deze voedingsvezels zijn essentieel voor de gezondheid van de darmen, de spijsvertering en de regulering van de bloedsuikerspiegel omdat ze de afbraak vertragen van hun recycleerbare collega's. Hoe eenvoudiger de geabsorbeerde soort koolhydraten en hoe groter het aantal, hoe sneller een hogere bloedsuikerspiegel kan bereikt worden. In momenten dat we energie snel en in grote hoeveelheden nodig hebben, kan dit zeer nuttig en wenselijk zijn. In vergelijking met de energie die daadwerkelijk wordt gebruikt, de voedingskeuzes van vandaag bieden een groot assortiment van eenvoudige koolhydraten, die heel snel in de bloedbaan komen.

Reacties (0)

Reageer
Geen resultaten gevonden