De heren van kasteel Brederode, deel 1

Algemeen

In Santpoort ligt een ruïne van een kasteel dat in vroeger tijden heel belangrijk is geweest, zeker voor de geschiedschrijving. Het kasteel dat zijn eerste kasteelheer kende in 1200 heeft er tot, de laatste adellijke zoon van het geslacht Brederode stierf in 1679, 18 heren gekend. Het kasteel was al ten tijden van de laatste heren vervallen, maar verviel na de 18e heer helemaal tot een ruïne. Maar wie waren deze heren nu eigenlijk.

Er wordt in vroeger tijden vaak gesproken over heerlijkheden die de leenheren erfden, ontvingen of kochten. Met een heerlijkheid wordt bedoeld een soort gemeente, zoals wij die heden ten dagen kennen. De leenheer (of leenvrouw) hadden alle bevoegdheden met betrekking tot onder andere het uitvaardigen van wetten en het rechtspreken. De heren van Brederode waren allen ook leenheer, soms van meerdere heerlijkheden.

De 1e 4 heren van Brederode

1. Dirk I; was kasteelheer van ongeveer 1200 tot ongeveer 1250, de precieze data zijn niet meer terug te vinden. Dirk I was ook hofmaarschalk van graaf Floris IV. Hij was getrouwd met Alveradis van Heusden en samen hadden ze 3 kinderen.

2. Willem I; nam de rol van kasteelheer over van zijn vader rond 1250 en bleef dit tot 1285. Hij kocht rond 1255 het ambacht Velsen, wat betekende dat hij de 1e heer van Brederode was die ambachtsheer van Velsen werd. Willem I was getrouwd met Hillegonda van Voorne, samen hadden ze 3 kinderen. Bij deze 1e twee heren was het bestaan van het kasteel binnen de geschiedenis nog geen eens bekend.

3. Dirk II; deze kasteelheer tussen 1285 en 1318 had veel macht en invloed. Hij diende onder graaf Floris V en vocht met hem tegen de graaf van Vlaanderen. Hij was in Parijs aanwezig toen het overwinningsverdrag bezegeld werd. Op eigen kosten haalde hij, na het overlijden van Floris V, diens zoon Jan vanuit Engeland naar de Nederlanden, om op deze manier verdeeldheid binnen de grafelijkheid te voorkomen. Dirk sterft in Reims, tijdens de terugreis van een pelgrimstocht naar Jeruzalem. Hij was getrouwd met Maria van de Lecke of Leeke, samen hadden ze 7 kinderen.

4. Hendrik I; kasteelheer van 1318-1345, sneuvelde tijdens de krijgstocht tegen de Friezen op de Zuiderzee. Hij was getrouwd met Isabella van Henegouwen. Samen hadden ze 1 zoon die vroegtijdig stierf, dus werd zijn neef Dirk zijn opvolger.

De heren 5 t/m 9 van het kasteel

5. Dirk III; nam in 1345 de titel over en bleef kasteelheer tot 1377. Hij heeft zijn opvoeding genoten aan het hof van Willem III. Hij was betrokken bij de strijd tussen de hoeken en kabeljauwen, een strijd tussen Margaretha van Beieren en haar zoon Willem. Dirk III ligt begraven in het karmelietenklooster van Haarlem. Hij was getrouwd met Beatrix van Valkenburg en ze hadden samen 4 zoons.

6. Renoud I; deze heer van Brederode van 1377 tot 1390, kreeg voor bewezen dapperheid in de strijd tussen de hoeken en kabeljauwen het landgoed Vogelenzang. Hij woonde op het kasteel Brederode met zijn vrouw Johanna van Gennep. Zij hadden 4 zoons.

7. Jan; hij was kasteelheer van 1390 tot 1402 en ging in 1399 op pelgrimstocht naar de grot van St. Patrick. Toen hij weer terug was op zijn kasteel, schonk hij een kapel aan de Santpoortse hoofdstraat. Zelf verbleef hij, na zijn eigendommen overgedaan te hebben aan zijn broer, tussen 1402 en 1409 in een klooster. Hij stierf in 1415 te Azincourt, tijdens de 100 jarige oorlog. Jan en zijn vrouw Johanna van Abcoude hadden geen kinderen, de titel ging over op zijn broer.

8. Walraven I; kasteelheer tussen 1410 en 1415, was ook stadhouder van Holland, Zeeland en West-Friesland. Toen hij in het huwelijk trad met Johanna van Ameida, verkreeg hij het kasteel Batenstein. Dit werd vanaf dat moment de nieuwe woonstede van de Brederodes. Hij sneuvelde tijdens het beleg van Gorkum. Hij was toen in dienst van Jacoba van Beieren. Walraven en Johanna hadden 3 kinderen.

9. Reinoud II; tussen 1415 en 1473 was deze heer de kasteelheer van Brederode. Hij was in Jeruzalem tot ridder in de Order van het Gulden Vlies geslagen. Bij was één van de eregasten bij het huwelijk van Karel de Stoute en Margaretha van York. Hij was een man met een hoog aanzien. Zijn dood was niet plezierig, hij stierf na het drinken van vergiftigde wijn. Uit het huwelijk met Yolanda de Lalaing had hij 7 kinderen.

Voor de 9 heren die na Reinoud II kasteel heer werden zie artikel: Heren van kasteel Brederode, deel 2