De Bijstand in Nederland

Algemeen

In Nederland is de zorg voor minder bedeelden al jaren oud. De “Bijstand” zoals men de armenzorg sinds 1963 kent, is sindsdien permanent aan verandering onderhevig. De laatste paar jaar lijkt werk belangrijker te zijn, dan zorg door de overheid.

De Armenwet

Al in 1800 kwam er in Nederland een landelijke armenwet, waarin verklaard werd dat de armenzorg een publieke dienst werd met zorg op onderstand. Er werd een algemene armenkas ingesteld die degene zou helpen die de kerkelijke en particuliere instellingen niet bedeelden. Deze wet werd in 1854 aangepast

Rond de eeuwwisseling van de twintigste eeuw verkeerden er vele Nederlandse inwoners in slechte economische omstandigheden. Ondanks de wet van 1854 speelde de overheid nog maar nauwelijks een rol in de armenzorg. Deze werd nog steeds overgelaten aan veel kerkelijke en particuliere instanties.

In 1910 was het dhr. Heemskerk, minister van Binnenlandse Zaken, die met een nieuw wetsvoorstel met betrekking tot de armenzorg kwam, dit was een vervanging van de oude wet uit 1854. De wet werd bekrachtigd op 1 september 1912.

De vervanging van de Armenwet De Algemene Bijstandswet (ABW)

In 1963 werd de Armenwet vervangen door de Algemene Bijstandswet, tot stand gebracht door de ministers Klompé en Veldkamp. Hierin werden de gemeenten van Nederland verplicht gesteld die inwoners van hun gemeente financiële steun te verlenen wanneer zij zelf niet meer in hun eigen onderhoud konden voorzien.

Deze wet werd op 1 januari 1996 vervangen door nieuwe Algemene Bijstandswet. Deze is van kracht gebleven tot 1 januari 2004, maar wel met die aantekening dat er 61 maal een wijziging is aangebracht.

Wet Werk en Bijstand (WWB)

Op 9 oktober 2003 is deze nieuwe wet van kracht geworden en ingegaan op 1 januari 2004. Deze wet vervangt de ABW van 1 januari 1996. Het doel van deze nieuwe wet is ondersteuning bieden bij arbeidsinschakeling en bijstand verlenen door gemeenten.

Werk gaat voor inkomen, de inwoners op de kortste weg naar betaald werk zetten. Hierin is een hoofdrol weggelegd voor de gemeenten. De gemeenten hebben meer eigen autonomie en een eigen financiële verantwoordelijkheid met betrekking tot deze uitkeringen onder hun inwoners. De mensen in de bijstand moeten immers weer aan het betaalde werk, waarbij de gemeenten reïntegratiebureaus bij inschakelen.

Deze nieuwe wet vervangt uiteindelijk:

  • De Algemene Bijstandswet (ABW)
  • De Wet financiering ABW, IOAW, IOAZ
  • De Wet inschakeling werkzoekenden (WIW)
  • Besluit instroom-doorstoombanen (ID banen)

Al heel snel kreeg deze wet een andere naam onder de bevolking, namelijk de “Wet Water en Brood”, gezien het feit dat de uitkering aanzienlijk lager was dan voorheen.

Alleenstaande ouders

Was het voor 1 januari 2004 nog zo dat een alleenstaande ouder met een kind jonger dan 5 jaar geen werkplicht had, deze was per genoemde datum verdwenen. Ook deze groep had vanaf 1 januari 2004 de plicht om te werken. Wel werd de gemeente verplicht gesteld rekening te houden met de combinatie van werk en zorg voor kind(eren). Dus de gemeente werd verplicht gesteld kinderopvang te regelen.

Bijstand anno 2008

In het algemeen kan een bijstandsuitkering worden aangevraagd als:

  • Men in Nederland woonachtig is.
  • Men 18 jaar of ouder is
  • Men niet genoeg inkomen of vermogen hebt om in het levensonderhoud te kunnen voorzien.
  • Men niet in aanmerking komt voor een andere uitkering.

Een bijstandsuitkering is een soort overbruggingsuitkering, een periode totdat er bijvoorbeeld een nieuwe baan gevonden is. De hoogte van een bijstandsuitkering varieert anno 2008 tussen de € 600,-- en € 1.200,--.

Eigen vermogen en bijstand

Voordat men een bijstandsuitkering kan aanvragen, moet men eventueel eerst zijn eigen vermogen opeten. Dus eerst de auto verkopen, want ook dat valt onder eigen vermogen. Wel is er een grens (die jaarlijks wordt bijgesteld) die men nodig heeft voordat een uitkering aangevraagd kan worden. Deze is:

  • Voor gezinnen € 10.650,--
  • Voor alleenstaanden € 5.325,--

Het is mogelijk een zogeheten krediethypotheek af te sluiten bij de gemeente. De waarde van de eigen woning wordt verminderd met de al afgeloste hypotheek. Is de som die hieruit komt meer dan € 44.900,-- kan de gemeente een bijstanduitkering toekennen op basis van een lening met het huis als onderpand.

12 september 2008

Bekend is gemaakt dat de helft van de jongeren die een beroep doen op de bijstand een half jaar later nog steeds geen aanbod van hun gemeente hebben gehad om te gaan werken of leren. Eind maart 2008 waren er ruim 25.000 jongeren onder de 27 jaar (het totale aantal bijstandsuitkeringen ligt rond de 260.000) die een bijstandsuitkering hadden. Hier moet volgens staatssecretaris van Sociale Zaken, Aboutaleb, verandering in komen.

Aboutaleb wil de werkleerplicht voor werklozen invoeren tot een leeftijdsgrens van 27 jaar, de zogenaamde Wet investeren in jongeren. Hij stelt voor dat de gemeenten de werklozen tot 27 jaar binnen twee maanden een aanbod doet voor werken of leren. Wordt dit aanbod door de werkloze geaccepteerd, krijgen ze een uitkering even hoog als de bijstand. Deze zal voor jongeren van 21 of 22 jaar lager zijn, want het minimum loon ligt lager. Wordt het aanbod van de gemeente geweigerd, wordt de uitkering direct ingetrokken.